De Daslook schiet weer de grond uit. Voor mij het teken dat het voorjaar nu echt aanbreekt.

Daslook houdt van beschaduwde, voedsel- en humusrijke vochtige grond. Je vindt haar vanaf het vroege voorjaar in loofbossen en struwelen, onder heggen, in landgoed- en parkbossen, waar ze dan haar kenmerkende geur verspreidt. Bij mij in de buurt zie ik haar in het park steeds meer in aantal toenemen, zodat ik me niet bezwaard voel er elk voorjaar wat van te plukken. Na de bloei sterft de palnt bovengronds snel af wanneer het bladerdek zich sluit en andere kruiden haar verdringen.

Pas wel op bij het verzamelen. De bladeren van daslook lijken op de bladen van de giftige lelietjes-van-dalen. Deze missen echter de heel kenmerkende knoflook geur. De plant heeft gesteelde, brede en vlakke bladeren die in een punt uitlopen. De witte bloemen staan op een driekantige of halfronde stengel. Vooral de bladeren ruiken bij het fijnwrijven naar knoflook of bieslook.

De sterksmakende bladen kunnen rauw, fijngehakt, gebruikt worden in salades, soep en mijn favoriet gemengd met roomboter voor een heerlijke ‘knoflook’ boter bij vers brood. Wat ook lekker is zijn de jonge bloemstelen in een bierbeslagje gefrituurd met een voorjaarssalade.

In Duitsland en met name Hongarije is de plant nog steeds met allerlei tradities omgeven. In dorpen in en om het Mecsekgebergte in Hongarije, zoals in Orfű, worden eind maart of begin april daslook-festivals (medvehagyma-fesztivál) georganiseerd, waarbij daslook in vele varianten verwerkt in gerechten wordt aangeboden. Op het moment dat de plant in zeer grote hoeveelheden bloeit vliegen de bijen op de daslook voor de gezochte daslook honing.